Roeien

Roei-ervaringen

De Hunze heeft actieve marathon- en toerroeiers. Tussen april en november zijn bijna wekelijks een of twee marathons te roeien voor het KNRB - klassement. Aan deze en diverse andere marathon- en toertochten doen Hunzeleden mee in verschillende ploegen en boten en met wisselende ervaringen. Ook worden er cursussen elders gevolgd. Geniet mee van alle ervaringen en tips.

De Zwerfkei is weer naar Groningen gehaald

Zondag 9 juli 2017 was het weer de hoogste tijd de Zwerfkei terug uit Assen te halen. Deze zwerfkei is een cadeau van ARC Assen voor het honderdjarige bestaan van De Hunze, en staat al dertig jaar garant voor een langdurig en keigezellig roeicontact tussen de verenigingen, waarbij de kei heen en weer zwerft tussen beide.
Vier boten van de Hunze, met in elke boot ook één roeier van ARC, vertrekken de 19e in alle vroegte keihard richting Assen, omdat vóór 12 uur de sluizen bij Vries en De Punt gepasseerd moeten zijn. Het weer is uitstekend en het water spiegelglad.

Onderweg wordt er druk gewisseld op het water, wat enige lenigheid vergt van de deelnemers, maar niemand haalt een nat pak! Hilma rijdt mee met de auto en staat bij alle bruggen om de ploegen aan te moedigen.
Na een plaspauze en grote wisseltruc bij De Punt kunnen alle boten in één schutting de sluis passeren, waarna hetzelfde kunstje nog een keer in de sluis bij Vries uitgevoerd wordt. Daarna komt de Vriezerbrug, die net iets te laag voor ons blijkt. Eén boot komt er met een lichte aanvaring met de brug toch heelhuids doorheen, maar voor de andere boten moet de brug echt open!

Mooi op tijd voor de lunch arriveren de boten in Assen, waar ARC ons zeer gastvrij onthaalt in hun loods, met een geweldige lunch van soep, stokbrood en salade, watermeloen en ruim koffie en thee.
Na een bevlogen toespraak van Annemarie (ARC), overhandigt ze de zwerfkei aan José, die hem namens De Hunze weer in ontvangst neemt. Ook Gerda wordt uitgebreid in het zonnetje gezet voor de goede organisatie die ze jaarlijks op zich neemt.
Om een uur of twee begint de terugreis, waarbij ook nu weer in elke boot één roeier van ARC het roeiteam compleet maakt.
De boten lopen lekker, het zonnetje scheen en de sfeer is uitstekend! De roeiers worden toegejuicht en toegezongen door Hilma, Lies en Chaterina, die als de drie musketiers mee terug zwerven en op onverwachte plekken langs het parcours opduiken.
Bij aankomst op De Hunze wordt een borrel gedronken op de goede afloop, foto’s en telefoonnummers uitgewisseld en uiteindelijk wordt de zwerfkei in de prijzenkast gezet, waar hij nu staat te glimmen naast een kabouter die illegaal vanuit ARC is meegereisd. Wie het nog kan volgen….(?)

Lekker lui leren skiffen

Heb je een beetje last van stress? Wil je er weleens even uit en de zinnen verzeten, gewoon even iets anders? Ga dan eens in mei op een vierdaagse skiffcursus voor gevorderden in Dreisbach aan de Saar (dichtbij Trier), bij het Saar Rowing Center  www.saarrowingcenter.com
Charlotte Hemelrijk volgde deze cursus in 2017 en doet verslag.
“Het is lekker, want het hotel is prima, goede bedden, lekker eten, veel en gevarieerd. Het uitzicht is prachtig, beboste hellingen langs de meanderende rivier de Saar. De skiffen zijn zalig, fantastische kwaliteit, licht om te tillen, mooi om te zien en makkelijk om te besturen. De temperatuur is fijn (25 graden Celcius).
De cursus is lui, want je wordt volledig verzorgd. Er is gevarieerd eten in overdaad van ’s ochtends tot ’s avonds. Je wordt in detail gecoacht in de skiff, tot je het niet meer snapt, maar dat doet er niet toe. Het water ondersteunt je, het golft niet. Er is geen scheepvaart. Er zijn geen bruggen. Er zijn geen tegenliggers, geen palen, en geen bierflesjes in het water. Je hoeft niet meer te denken, alleen maar te skiffen. En ertussendoor wat te zwemmen of even te slapen. Je hoeft zelfs niet te praten bij het diner (mag wel), ook luisteren volstaat.
Wat kun je leren? Je skifft in totaal drie uur per dag, verdeeld over kortere perioden (mag ook meer, maar dat is niet meer lui). Tijdens het skiffen word je toegejuicht door enthousiaste coaches vanuit de kant. Terwijl je wellicht denkt dat je het fout doet, hoor je hoe je nu weer je haal fantastisch verbeterd hebt, dat je sterk zit en jouw evenwicht buitengewoon is. Je zelfvertrouwen bereikt grote hoogten. Dit had tot gevolg dat ik mijn skif2-examen bij De Hunze prompt heb gehaald. Een echte aanrader”.

 

Midzomertoertocht Zuidlaardermeer 17 juni 2017

Dertien geoefende roeiers staan zaterdag 17 juni klaar om de toertocht naar Noordlaren te roeien. Voor sommigen een bekende tocht, voor anderen een nieuwe ontdekking. Geen moeilijk gedoe met sluisjes, nee gewoon lekker doorroeien.
In mijn C 4 is het ritme nog even zoeken met elkaar en de drukte op het water als wij de stad uitroeien, maakt onrustig water. Niet alleen het water is onrustig, maar de roeier voor mij soms ook. Dit zorgt ervoor dat de twee boegen het niet altijd droog houden, maar ach met 21 graden en een zonnetje is het soms ook lekker verfrissend. We lachen erom, de tweede slag gelukkig ook!
Met ondertussen een goed afgestemde slag met elkaar, zie ik, Denise Tromp, dat het stadse landschap zich steeds meer laat inwisselen voor rustige vergezichten. We passeren bruggen die ik vaak in de verte heb gezien, maar waar we nooit aan toe zijn gekomen tijdens onze normale roeirondjes. Ik kijk nieuwsgierig om mij heen, want ook al woon ik nu al meer dan twintig jaar in de stad, vanaf het water is het toch altijd anders.
We nemen de afslag naar het Zuidlaardermeer, we hebben de vaart erin. Ondertussen is er al tweemaal gewisseld van stuur. De eerste keer de bekende overzichtelijke wissel tussen stuur en eerste slag. De tweede wissel is iets uitdagender. Stuur en tweede slag gaan wisselen van plek. Sommige roeiers moeten vroeger ook geturnd hebben of zijn groot fan geweest van apenkooi. Wat een souplesse zit er nog in die lijven.

Ik ben blij als de boegen aan de beurt zijn om het stuur over te nemen, we een mooie aanlegplek zien. We zijn dan al aankomen aan het begin van het Zuidlaardermeer. Nog even snel de bosjes in en we zijn klaar voor de oversteek naar Noordlaren. In minder dan 2,5 uur komen de drie bootjes aan.
De lijven worden even wat losgelopen en als snel zitten we in een ontspannende houding aan tafel in het gezellige uitbaterijtje De Lanteern. We heffen het glas, op de organisatie en op de reeds neergezette prestatie. Ja die borrel hebben wij nu al verdiend.
Met het buikje rond en een alcoholische versnapering als goede smeerolie, blijkt de weg terug net zo lang te zijn, alleen voelt dit toch wat anders. Waar het aan kan liggen, mag je als lezer zelf invullen.
Met een voldaan gevoel komen wij tegen elven aan bij de Hunze. We zetten nog even samen de schouders eronder om alles weer schoon te maken en aan kant te werken. De sfeer zit er nog goed in.
We kijken terug op een geslaagde toertocht en bedanken nogmaals de organisatie van deze tocht!
Ik voel de moeheid in mijn lijf opkomen en ben benieuwd hoe ik morgen wakker word. Met een mooie ervaring op zak, dat in ieder geval! De spierpijn zal hierdoor wat verbleken hoop ik dan maar.
Bedankt allen, het was een mooie dag!

Verslag Zaanmarathon op zaterdag 6 mei 2017

We moeten vandaag vroeg uit de veren en vertrekken al om 6.30 uur vanuit De Hunze naar de Zaan.  Daar doen we mee aan de wedstrijd en prestatie tocht over 51 kilometer van W.R.V. de Zaan in Wormerveer. We starten ’s morgens bewolkt en heel koud. In de loop van de dag komt er steeds meer zon, maar ook veel meer wind (windkracht 4). Er doen 25 boten mee van verenigingen uit het hele land.
Na de koffie met lekker Zaans gezoet brood, starten we om tien uur met zeven man van De Hunze: Niki, Wouter, Marieken, in de “Springel”,  (gestuurde C2) en in de “Kwikkel” (gestuurde C3): Gerda, Willem, Guido en Wypkeline (verslag).

De tocht voert langs de Zaanse Schans met zijn typisch Hollandse aanblik: deels draaiende, riet gedekte windmolens (oliemolens, houtzaagmolens), historisch erfgoed met houten huizen in de Zaanse helder groene kleuren, afgewisseld met grote oude versleten fabrieksgebouwen, (Cacao, Lassie, Verkade) en rommelige werkplaatsjes, werfjes, schuren enz.  Kortom genoeg te zien en te ruiken!

Bij de Juliana brug na vijf kilometer een keerpunt: weer terug noordwaarts over de rivier de Zaan, langs het clubgebouw van de vereniging, tot aan een klein smal sluisje, waar we als laatste van vier boten nog net bij in kunnen. Dankzij de fantastische hulp en aanwijzingen van een paar Zaanleden lukt het ons er weer, nu tegen de inmiddels heel harde wind in, heelhuids er uit te komen!

Daarna roeien we het prachtige polderland van het Wormer en Jisper veld in, laag gelegen met mooi uitzicht over de graslanden. (In tegenstelling tot onze hogere Groningse dijken van bv. het Reitdiep waar je nauwelijks zicht hebt op het achterland). Veel kieviten, grutto’s, tureluurs en een enkele  veldleeuwerik (helaas een zeldzaamheid geworden) begroeten ons luidruchtig druk roepend boven onze hoofden. Ze zullen nu jongen hebben, vandaar.

Bij hetzelfde smalle sluisje, pauzeren we even om een broodje te eten. (de officiële route maakt nog een flinke lus noordwaarts van zo’n 17 kilometer, maar wij (de”Kwikkel”) besluiten, gezien de tijd waarop we binnen moeten zijn deze met elf kilometer in te korten en vandaar de route naar de Zaan terug te volgen.
De ontvangst is feestelijk. Op het vlot worden we ontvangen met een glaasje Berenburg en een pot Zaanse mosterd als beloning na een pittige, hele mooie tocht (maar oh oh, die zitbotjes….!)
Gerda, heel veel dank voor je perfecte organisatie!

Enumatil de eerste toertocht 2017

Op 22 april met elf roeiers via het Hoendiep naar Enumatil gevaren met de Groeninga en de Westerhaven. Noordwest 4, heen wind tegen en terug wind mee. Nauwelijks regen, een beetje zon en een frisse temperatuur. Kwart over negen vertrokken en om drie uur terug. Vanwege boventalligheid ging Emmy op de heenweg op de fietsmee, roeide Meindert alleen de heenweg mee, en roeide Emmy de terugweg. Mooie tocht, zonder hoge dijken, dus veel uitzicht over de weilanden en de omringende bebouwing.
De sluiswachters waren zowel bij het afschutten op de heenweg, als bij het opschutten op de terugweg, mooi bijtijds. ‘s Ochtends bij het openen van de sluis door het drijvend zwerfvuil gevaren.

Op de terugweg was Marianne gefascineerd door de vuilnis ”spoken” die bij het opschutten oprezen uit het kolkende water.
In het eerste deel van het traject, langs Hoogkerk lage bruggen, dus veel achterover. Dicht langs de Suikerfabriek in Hoogkerk, en dan door de Groninger velden. Lenny komt elke dag langs dit traject en vond het prachtig alles nu vanaf het water te zien.
Bij de Poffert, een mooi gehuchtje aan het water, op tweederde van de afstand, even gerust en de benen gestrekt. Geoefend met uit- en instappen aan een hoge steiger.
Dan door naar Enumatil. Natte roeitijd 1,5 uur vanaf de sluis bij de Hunze. Daar in het bruine huiskamercafe van Tante Til gedoken: koffie, soep, poffert, tosti’s en Geert zelfs een hamburger van Ome Til. Na de lafenis ook nog een excursie naar de lokale snuffelschuur, een uitje met historisch accent. Dan weer in de boot: Erica en Emmy oefenden nog even het terughalen van een matje dat in het water was gevallen en daarna in een uur en een kwartier terug naar De Hunze. Makkelijk roeiend, windje mee, heerlijk. Nog wat nagepraat op de Hunze en iedereen tevreden naar huis. Een mooie dag.

Nationale Weerribben-Wieden Marathon en Toertocht 8/9 april 2017

In het verslag van de Weeribbentocht van 2016 onderin deze pagina, staat de route uitgebreid beschreven, dus die herhalen we in het verslag van 2017 niet opnieuw. De hihglights uit 2017 willen we echter niemand onthouden. En dan met name van de toerroeiers. wel even leuk om te weten: De Hunzeroeiers die op de zaterdag 8 april 2017 meedoen aan de prestatietocht van 55 kilometer finishen vijf minuten voor sluitingstijd na een geweldige roeidag.
De acht toertochtroeiers van De Hunze vallen de dag er na helemaal met hun neus in de boter: Mooie huurboten (C4* en C2*) van ’t Diep, de weersvoorspellingen komen helemaal uit, dus al met al meteen geweldig. Bovendien zijn de marathonroeiers zo vriendelijk geweest om de benodigde ‘kunst en hulpmiddelen’ (pikhaken, peddels, hoosblikken, landvastjes etc.) in een van de huurboten achter te laten. Wij nemen ze zondagmiddag weer mee terug naar Groningen. Het scheelt veel dubbel gesleep met de spullen,
’s Morgens is het wel vroeg opstaan (half zeven), dan via station Groningen in twee auto’s de gezamenlijke reis naar Tuk in 45 minuten en de wandeling naar de roeivereniging in tien minuten. Die wandeling lijkt op de heenweg trouwens korter dan op de terugweg, ra ra. Bij ’t Diep is alles tot in de puntjes verzorgd, zowel qua organisatie als gastvrijheid. Petje af!  Na de uitstekende briefing kunnen we om 9.45 uur los. Giethoorn en Weerribben, ‘here we come’. We gaan er 35 kilometer tegenaan. Leuke bijkomstigheid: De meeste deelnemers in onze boten hebben de dag ervoor coaching gehad op De Hunze en proberen de nieuwe inzichten vandaag toe te passen. Dat leidt er toe dat de boten soms geweldig mooi over het water glijden.
Vanaf de start gaan we eerst over een recht kanaal, daarna wordt het water steeds smaller en smaller, met veel hoge  bruggetjes en nog veel meer smalle passages waar je moet “Pieterburen” (slippen aan het ene boord en roeien met de andere riemen en de stuur moet zorgen voor voldoende vaart en tegenstuur)
Om de drie kwartier wisselen we van stuur. Zodat alle roeiers even lekker kunnen bijkomen op de met kussens beklede stuurstoel. Het is eerst nog wel rustig varen en enige twijfel aan de juistheid van de gekozen route hoort er bij, ook al lijkt de routebeschrijving duidelijk. Kaartlezen is en blijft een kunst en we zijn nog niet gedigitaliseerd wat dit betreft.

Meer mensen beluisteren de weersverwachting, dus gaandeweg wordt het barstensdruk op en om het water. Met name op de kanoroutes rond Giethoorn. Naast kano’s zijn er ook veel fluisterbootjes die ons met ons brede voorkomen lastig vinden als we ze tegemoet roeien op de smalle vaartjes. De vele Chinezen en Japanners reageren dan echter wel relaxt en wachten rustig af hoe een botsing wordt voorkomen. De andere toeristen zijn soms wat ongeduldiger, met enkele (bijna) aanvarinkjes tot gevolg. Onderweg glijdt het natuurpark de Weerribben aan ons voorbij. Schitterend!
We maken maar een uitstappauze. De horecagelegenheden waar het kan zitten barstensvol, maar bij eentje lukt het wonderwel om de boten aan te leggen en daar genieten we van een lekkere versnapering. Onze eigen meegebrachte fourage blijkt altijd in het totaal groter te zijn dan nodig. Maar de druiven, koeken, nootjes en wat dies meer zij, zijn wel lekker om er bij te hebben. Er moet ook wel behoorlijk door geroeid worden om een beetje op tijd binnen te zijn. Met een stijve kont van al het zitten en her en der toch wat verbrande velletjes, ondanks factor 50 zonnebrand en lange kleding, meren we om kwart voor vijf af. Waarna we meteen een drankje in de boot aangeboden krijgen. Wat een gastvrijheid!
Is deze toertocht te doen voor roeiers die nog nooit een toertocht geroeid hebben? Mwah, maar als je een toertocht naar Garnwerd, Enumatil of het Zuidlaardermeer een keer gedaan hebt (let op het woordje of), is de Weerribben een echte aanrader. Klein beetje afzien aan het einde van de dag hoort gewoon ook bij toerroeien namelijk. Voelt best lekker, de dag er na!

Mastenbroek Marathon 17 september 2016

Vroeg naar Zwolle, waar de mist al was opgetrokken en een prachtige ochtendzon ons begroette. Tegen negen uur het water op. Gerda, Niki en Wouter in een C – 2, Alice, Ank, Guido, Mariken en ik (Jolin), zei de gek, in een C – 4. De IJsseldelta was wonderschoon, wijds water met mooie vergezichten en wuivende rietkragen. Het weer was perfect, veelal zonnig, maar niet te warm en weinig wind. Het publiek was nieuwsgierig en gevarieerd: Ganzen, zwanen, aalscholvers, koeien, vissers en fotografen. Keken zij naar ons of wij naar hen? Twee sluizen onderweg, even een rondje wachten om geschut te worden en dóór. Korte tijd een boot van Rijkswaterstaat in het kielzog gehad, waarschijnlijk alleen omdat de hemdjes van Mariken en mijzelf zo goed bij het fluorescerend gele schip pasten, we bleven ‘m zonder stuurberispingen voor.
Twee sluizen onderweg, even een rondje wachten om geschut te worden en dóór. De vier kon na wat bijzondere verrichtingen en slinkse inparkeerkunsten nog net een plekje aan de wal vinden voor een korte sanitaire stop met kippensoep in Kampen. De twee had minder geluk en zocht een dijkje op.

Het tweede traject, van ruim dertig kilometer, hebben we lekker door kunnen varen, een paar golven van een motorboot over ons heen gehad, om niet te vergeten dat roeien een watersport is, maar met een beetje hozen en hulp van de zon was alles snel weer droog. De geleende boten van de Zwolsche waren vast niet hun paradepaardjes, de C4, “Ag Niet” genaamd, had op de slagplek aan bakboord een rigger die een beetje “down” was, lastig uittikken, en de slidings op plaats twee deden niet onder voor een grindbak, maar “weerstand geeft glans” dus dat mocht de pret niet drukken! De (voormalig witte) C – 2 was “Nimmerzat” gedoopt, maar leek qua kleur ironisch genoeg nog het meest op het Juttersbittertje dat we direct bij aankomst op het vlot aangereikt kregen. Keurig om 15:30u kwam de vier binnen en niet lang daarna de twee.
We hebben allemaal fijn geroeid en erg genoten van een sportieve en gezellige nazomer-(zon)dag. Complimenten voor de organisatie, de gastvrijheid en goede zorgen in Kampen en bij de Zwolsche. Voor mij was het de eerste keer, ik  ben geen marathonmaagd meer en ik vond het heerlijk!

Toertocht Paterswoldsemeeer 17 september 2016

De aanleiding voor de toertocht naar het Paterswoldsemeer was de geannuleerde toertocht naar Garnwerd op 4 september. De weergoden, die ons toen danig in de steek lieten, zijn nu uitermate mild gestemd. Een waterig septemberzonnetje begeleidt de vier C4’en, gevuld met een mix van ervaren en nieuwbakken leden, door het Noord Willemskanaal richting Paterswoldsemeer. Een smalle doorgang naar het Hoornse Diep leidt ons naar het sluisje dat toegang geeft tot het meer. Wachtend om geschut te worden ontspint zich een mooie discussie over kaarten met vingers erop die via de app rondgestuurd zijn en nu niemand kan reproduceren. Een kaart in één boot en de eigenaresse van de vinger in een andere boot zodat ook dit niet gaat helpen, want waar het om draait is dat we voor de koffie uitgenodigd zijn op ‘het landje’ van de vader van Marcel Woortman. En dat landje ligt onder de vinger op de foto op de app.
Gelukkig staat Marcel bij de sluiskom en na een toch altijd weer spannende schutting (geloof ik) roeien we het meer op. Een uitzicht om stil van te worden. Er zijn weinig dingen mooier dan een bijna leeg meer in een lage ochtendzon aan het einde van het zomerseizoen. Adembenemend. In een rechte lijn, de Zweerden aan bakboord houdend en de Fokken en de Koekoek aan stuurboord, komen we in de buurt van het landje.

Stuurboord uit landen we aan bij de steiger van verblijfsrecreatievereniging ‘s Zomers Buiten waar zich het landje en huisje van Marcels’ vader bevindt. Aanleggen bij de steiger is voor mij (Rudi) wat nieuws en daarbij hoort ook een hoop informatie over de risico’s voor dollen, riggers en riemen met voorbijvarende boten. Leerzaam. Daarna zijn koffie en koek, deels verzorgd door José, de voortreffelijke organisator van de tocht, ons deel en Marcel wordt verrast met een vroegtijdige verjaardagsaubade. Voor het vertrek krijgen we nog een demo van Jaap hoe in je eentje te manoeuvreren met een C4, een knap staaltje stuur- en roeikunst.
Vanaf ’s Zomers Buiten gaat het in zuidelijke richting. Varen op groot water geeft toch een ander ‘bootgevoel’ dan in de diepen en kanalen. En wat mooi om de drie andere boten als ranke schichten over het meer te zien ‘zweven’. We worden verwacht bij Vereniging Watersport De Twee Provinciën, ook wel bekend als DTP, waar Frouwke geregeld heeft dat er een goed verzorgde lunch klaar staat. Terwijl we hiervan genieten, wordt het toch wat donkerder en verschillende app’s geven 1 á 2 mm regen aan. De wind trekt ook wat aan en op een knobbelig meer wordt de terugtocht aanvaard. De 1 á 2 mm blijken uiteindelijk enkele droppen en de wind valt weer weg. Nogmaals de sluis, deze keer stijgend met sterk instromend water, een bekroost Hoornse Diep en via het Noord Willemskanaal weer terug. Als novice mijn hoofd vol met nieuwe zaken en weer de nodige kilometers onder de kont, samen met als metronomen roeiende ervaren leden. Dank! Het vlot verlatend vallen mij de kastanjes op, de zomer loopt af, het wordt herfst.

Verslag van de Frieslandtocht met gasten uit Jena
Bericht_Wanderruderfahrt-NL-2016.pdf

KNRB-tocht over de Severn en de Avon 26 aug – 4 sept 2016

Van De Hunze doen vier dames, Annet van Melle, Yolanda Kraaijpoel, Gerda Jaarsma en Marja-Leena Hellings mee aan de toertocht over de Severn en de Avon. Beide tweetallen worden met dames van andere verenigingen in een boot ingedeeld.
We worden door een luxe bus, die ons ook de rest van de reis rijdt, op drie plekken in West-Nederland opgepikt, waarna we de nachtboot van Hoek van Holland naar Harwich nemen. Vandaar moeten we nog zo’n 380 kilometer dwars door Engeland voordat we bij ons traditioneel Engelse trapje-op-trapje-af-hotel in Gloucester worden gedropt. Onderweg maken we een stop in Coventry waar we tijd hebben om de nieuwe, met verzoeningsgeld opgebouwde kathedraal te bezoeken, die in 1940 in het begin van de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd is geweest. Ook kunnen we de binnenstad bekijken, die deels in middeleeuwse stijl is gerestaureerd.

De acht wherry’s waarin we met 32 deelnemers (acht heren, de rest dames) zullen roeien waren al eerder naar onze opstapplaats in Purton gereden, een plaatsje aan het Gloucester & Sharpness Kanaal dat aan de oostkant van de Severn loopt.
De eerste roeidag leek een makkie: de Severn is een regenrivier met vele ondiepten, die te maken heeft met eb en vloed. Vandaar dat we het eerste deel via het genoemde kanaal naar Ashleworth Quay roeien, met maar één sluis in Gloucester, ten noorden waarvan we op de Severn kwamen. Het roeien op zich is ook geen punt, ondanks een buitje tussendoor, waarvan we al weer opgedroogd waren als we op een redelijke tijd bij onze aanlegplek bij een pub aankomen. Maar… de helling waarover onze boten uit het water gehaald moesten worden is jarenlang niet gebruikt en totaal overwoekerd. De beloofde opschoning blijkt nog niet te hebben plaatsgevonden. Er moet een minishovel aan te pas komen om de lagen aarde en modder te verwijderen en er moet zelfs een boom omgezaagd worden, wat allemaal meer dan twee uur in beslag neemt.

Aanvankelijk schijnt de avondzon door een prachtige wolkenlucht en laten we ons stroomafwaarts glijden en roeien dan weer op. Maar donkere wolken halen ons in en er breken stortbuien los, waar geen regenpak droog bij bleef en wij maar dobberen en proberen de moed er in te houden. Eindelijk, eindelijk kunnen we dan aan wal en krijgen we in de pub als troost een drankje en ladingen patat door onze leiding aangeboden, waardoor we van binnen wat warmer worden. Maar de buitenkant moet nog een tijdje wachten op de warme douche in het hotel. Het leidt wel direct tot algehele verbroedering in de groep.
De tweede dag worden de boten naar Bewdley gereden, vanwaar we de Severn afzakken naar Worcester. De volgende ochtend krijgen we de gelegenheid om de prachtige kathedraal van Worcester te bezoeken voordat we in de boten stappen om de Severn verder af te roeien tot waar de Avon daarin uitmondt en vervolgen we onze weg stroomopwaarts de Avon op tot Bredon’s Hardwick door een prachtig landschap.

Intussen zijn we al naar een hotel in Alcester verkast, met wat meer ruimte en comfort.
De dagen erna roeien we via Pershore en Evesham de Avon verder op, met zo’n drie sluizen per dag. Het record aantal sluizen – tien! –wordt op de laatste dag gehaald, als we van Evesham naar Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van Shakespeare gaan, waar we de laatste twee nachten verblijven. Op de eerste sluis na hebben we alle sluizen zelf moeten bedienen, wat eigenlijk heel relaxed gedaan wordt door de ‘sleutelbezitters’ en hun ‘assistenten’. Vanwege de sluizen, waar we soms slechts met de halve groep tegelijk in passen, moet er iedere dag wel flink doorgeroeid worden, zodat er helaas eigenlijk nooit tijd is om aan te leggen bij de knusse inns of pubs, die onderweg naar ons lonktn.

In Stratford gaat het merendeel van de groep ’s avonds naar een voorstelling van King Lear in het Royal Shakespeare Theatre en is erg onder de indruk van het stuk. Ondanks het feit dat de tekst voor ons soms moeilijk te volgen is, is het een bijzondere belevenis.
De roeiweek wordt afgesloten met een bezoek aan Cambridge op de terugreis, alwaar we als ‘verrassing’ van de leiding met z’n allen mogen punteren op de Cam. Velen maken hier ondanks de regendruppels enthousiast gebruik van.
Al met al is het een uitstekend georganiseerde tocht met heel veel natuurschoon langs het water en afgezien van het slot van de eerste roeidag met zeer aangenaam weer! De leiding heeft deze week voor veel variatie gezorgd door ons niet alleen van het roeien te laten genieten maar ook van verschillende culturele bezienswaardigheden in de omgeving.
En ook hulde aan buschauffeur en de materiaalman, die ons en de boten zeer bekwaam vervoeren en behulpzaam zijn met op- en afladen

Lustrumtocht naar Zuidlaarder Zee

Om half negen staan we paraat op het vlot, zondag de 21e augustus: José, Gert, Minke, Jan-Peter, Guido, Annejet (verslag), Judith, Emmy, Erik-Jan, Greet, Siska, Tineke, Wouter, Niki, Lenny, Carla, Marjolijn, Jannie, Tjitske en Marleen. Doel: roeien naar het Zuidlaardermeer, lunchen bij de zeilvereniging even ten zuiden van Meerwijck en dan dezelfde weg terug.
Er staat een straffe bries, bijna windkracht vier, waarvan voorspeld is dat die in de loop van de ochtend nog zal aantrekken. Wolken pakken zich samen boven onze hoofden. Maar de temperatuur is prima. En de stemming ook. Natúúrlijk gaan we! Tegen negenen zijn alle boten ingedeeld, afgesteld en op het water. Een mooie stoet, al die Hunze C4’en en achter elkaar.
Het begint meteen al goed voor de stuurlieden: Een lange rij plezierjachten komt ons vanuit de Oosterhaven tegemoet. Daarna wacht de klotsbak van ‘het zeetje’ en moeten ook de roeiers vol aan de bak. Eenmaal op het Winschoterdiep wordt het water rustiger. Na de afslag naar het Drentse Diep wordt het zelfs heel aangenaam roeiwater. Fijn, die natuurlijke oeverwallen met hun hoge begroeiing!
De organisatoren, Emmy en Minke, hebben een koffiestop bij de molen Onnerpolder ingelast. Dat blijkt een groot succes. De enthousiaste Friese (!) molenaar brengt ons in een niet te stuiten woordenstroom op de hoogte van de ins en outs van een eeuw waterbeheer in de provincie Groningen. En passant doet hij ook nog even verslag van de bodemgesteldheid van het veengebied rondom zijn molen, de opkomst van bijzondere rietsoorten en zijn voorbereidingen (een natuurlijke muur) voor de komst van de ijsvogel. We krijgen hem met moeite zover dat we even een kopje koffie mogen drinken. En daarna nog met zijn allen naar die ene wc. Al met al duurt de tussenstop lekker lang en kunnen we uitgerust aan de laatste etappe beginnen.

Dat blijkt geen sinecure. Als we over het licht golvende water van het Drentse Diep het meer bereiken, slikken sommigen even. Dit is geen golfslag meer, dit is deining! Compleet met witte kuiven en af en toe een extra grote roller komen de golven op ons af. Het Zuidlaardermeer is veranderd in de Zuidlaarderzee. En met een inmiddels tot windkracht vijf aangetrokken zuidwester zitten we aan de noordoostoever ook nog aan de lager(e) wal.Wat is een roeibootje dan maar een nietig scheepje!
Toch gaat het onverdroten voort, het wijde water op. De bemanning van stuurvrouw Tjitske heeft geluk: zij stuurt de boot met vaste hand op ‘droge koers’ naar de lunch. Andere stuurlieden blijken minder bedreven in dit spel met de golven. Veel nattigheid is het gevolg: uit de boten moet na aankomst vijftien tot twintig centimeter water worden gehoosd. Maar de lunch wordt er alleen maar lekkerder van!
Nadat we bij de Zeilvereniging Zuidlaardermeer de bijzondere bar en stamtafel (beiden gemaakt uit romp, mast en andere houten delen van een oude zeilboot) hebben bewonderd, is het tijd de terugreis te aanvaarden. Wie denktt het ergste wel gehad te hebben (‘de wind neemt aan het begin van de middag beduidend af in kracht’) heeft bij de terugweg over het meer pech: Met zo mogelijk nog meer deining en nog hogere golven halen we weer een nat pak. Eenmaal in het haventje tussen de palingrokerij en de camping, en later tussen de oevers van het Drentse Diep, is het leed echter écht geleden. De wind gaat nu inderdaad liggen, het zonnetje komt erbij en min of meer voor de wind glijden onze scheepjes zoetkens huiswaarts. Rond vijf uur leggen we aan op het vlot. Moe maar voldaan, zoals dat heet. En een bijzonder roei-avontuur rijker!

Toertocht rond Zwolle-centrum en op de Vecht

Met waterkaarten van Marianne Goorhuis zijn we ’s ochtends om half acht bij De Hunze met dertien roeiers, fris klaar voor onze Zwolle-roeidag. In Zwolle genieten we van de natuur voor het clubhuis. We roeien in leenboten (een C.2 en twee c-vieren) van de Zwolsche roei -en Zeilvereniging. Eerst even op het balkon genieten van de rust, het clubhuis ligt buiten de stad. Aan het vlot wil de roeigroep van Jan Boonstra graag in een boot en zo geschiedde. Betty, Erica, Yolanda, Marianne van de zaterdag tien-uur roeigroep vullen de andere boot.
Miek van Leeuwen en Marian Laseur verkiezen de c-2*. Het Zwarte Water is breed en de route via de stadsgracht is werkelijk schitterend; mooie bomen, tuinen en antieke huizen. De roeisloep wacht even op ons bij een smalle passage.
We merken dat stadje rond Zwolle een schot in de roos is, ook treffen we het met het weer: 20-25 graden en de zon klimt steeds hoger, tijd om wat kleding uit te doen. Terug naar de Z.R.Z.V. voor de lunch gaan de vieren even de strijd aan met elkaar, de boot van Jan wint op snelheid, zij zijn dan ook wat jonger. Al roeien zij korter. We nemen een heerlijke eigen meegebrachte lunch tot ons op het terras in de schaduw boven.
Tegen een uur gaan we weer de boot in want de Vecht wacht op ons. Een aanrader. Vogels, ganzen, en zelfs koeien: rode lakenvelders die tot hun enkels in het zand staan in de oever van de Vecht. Het wordt heet (25 graden). Naar rechts roeien wij een meertje op bij Haerst/Berkum. We zoeken een vaart die leidt naar de molen van Berkum (waar Jan Upmeyer molenaar is). Deze vaart vinden we. Twee kano’s die moeite hebben koers te houden komen ons tegemoet. Als een sloep komt aangevaren maken wij rond. De snoepjes van Betty gaan rond in de boot. Op de Vecht roeiend zien we aan stuurboord een tweede plas bij Haerst. Onze boeg Erika roept plotseling: “een IJsvogel”.
Welnu wij roeien langs de camping en vinden een steiger om te wisselen. De lakenvelders staan ook een uur later nog met hun enkels in het water. Marianne maakt een foto. Wisselen nogmaals en sturen de boot Oldeneel het Zwarte Water op. Om vijf uur sluiten we af met koffie en lekkers en besluiten dat het uitzicht vanaf het terras mooi is. Deze dagtocht krijgt voor ons volgend jaar een vervolg. Met veertig kilometer in de benen rijden we tegen half zeven terug naar de stad.

Toertocht om de Oost die een marathon blijkt te zijn

Zondag 7 augustus rond 8.00 uur waren wij, Gerda, Wypkeline, Judith, Annejet, Amélie, Gert, Joost en Hilma, in de kantine van De Hunze. Na een korte briefing door Gerda over de tocht en de vijf sluizen, die we tegen zouden komen, zijn we in een C4+ en C2+ gestapt.
We begonnen met zon en konden rustig richting Oosterhaven varen. Aangekomen voor de Trompbrug zagen we de eerste plezierbootjes  klaarliggen, zij wilden de stad in. Wij er uit. Onze stuurmanskunsten werden direct na de brug op de proef gesteld. Laverend door zo’n boot of tien die overal recht- maar ook dwars- in de haven  voor de brug lagen te wachten, kwamen we in het kanaal terecht. Het water was hier een ware het een klotsbak, wat tot en met het “zeetje” bleef. De roeiers hadden er direct een flinke kluif aan, maar deden het top!

Aangekomen in het Eemskanaal hoefden we slechts een paar bruggen te nemen en konden we bakboord uit naar de Bronssluis. Hier aangemeerd en kort wachten. Achter ons dook nog een enorm vrachtschip op met flinke vaart en dan merk je wat aanzuigende werking is. Het water zakte fors terwijl wij daar lagen te wachten, maar steeg vervolgens weer net zo hard. We hadden ondertussen  gezelschap van onze eerste supporter (echtgenoot Meindert)  die met ons meefietste richting Ten Boer en foto’s maakte.
Na de Bronssluis gingen we stuurboord uit door het Damsterdiep richting Ten Boer. Bij de molen een korte pauze ingelast, de koffie was meegebracht door Meindert. Onze tweede supporter (vriendin Marjan) kwam ons daar ook even vergezellen. Beiden fietsten mee tot we bij de (monumentale) sluis Oosterdijkshornerverlaat kwamen.
Na deze sluis kwamen we in een mooi slingerend watertje terecht met veel hoge begroeiing en verschillende hoogholtjes, de Westerwijtwerdermaar. Verschillende gemalen werden gepasseerd en uiteindelijk gingen we bakboord uit richting Fraamklap en sluis Den Deel. Het weer betrok wel wat, af en toe wat lichte regendruppels en soms ook even forse zij/ tegenwind. Maar in de verte was de lucht soms veel donkerder en waarschijnlijk regende het daar. dat konden we mooi “omzeilen”
Bij deze sluis was het wel even spannend. Gerda had ons verteld dat we twee minuten hadden om de sluis in te varen voordat de deur weer naar beneden kwam. Maar dat lukte ons wel.

Na enkele kilometers kwamen we in Onderdendam aan en hadden we lunchpauze in het haventje. We hadden er nu 22 *) kilometer opzitten…dus nog 24 kilometer  te gaan. Eerst maar even eten, de benen en de rug rechten en kort relaxen. Iedereen voelde zich nog altijd prima en had zin aan het vervolg.
Richting Winsum nu. Hier kwamen we veel pleziervaart en ook enkele kanovaarders tegen, allemaal even vriendelijk en in goede doen. Genietend van het vrije gevoel, want dat is wel wat zo’n tocht op het water –en roeien in het algemeen – met je doet. En dan blijkt Winsum toch ook wel een heel lang en groot dorp te zijn, we roeiden er dwars door heen en hebben menig leuke woningen gespot. We konden dus rustig richting de sluis varen, want als we daar aankwamen zouden we de sluiswachter weer bellen om te horen hoe de situatie er bij lag.

We konden voor de oversteek aanmeren en wachten. Het duurde zo’n kleine dertig minuten, maar toen was de sluisdeur gerepareerd en mochten we richting Dorkwerdersluis varen. Eerst nog even het van Starkenborghkanaal oversteken  en  de sluis binnenvaren.  We konden er gelukkig ook weer  uit en ja toen waren we weer op heel bekend terrein.
De laatste stuurwissel en op naar de Hunze. Het water was stil, de lucht blauw en de zon scheen. Al met al heerlijk roeiweer en een mooie afsluiting van deze tocht.
Om 19.30 uur waren we terug  aan het vlot. Met dank aan Gerda en Wypkeline – onze teamcaptains – voor de voorbereiding en uitvoering van deze mooie tocht. Wij hebben het als groep erg naar onze zin gehad. We kunnen deze tocht van harte aanbevelen, het is echt de moeite waard.

*) volgens de routebeschrijving uit het toer-archief.  Bij nameting met moderne middelen bleek dit toch een echte marathon: ruim 52 km en lunch op 26,5 km van de start. Zie de nieuwe kaart, hierbij. Onze inschatting dat het 2e deel korter was, klopte dus. En hulde aan deze doortrappers!

Midzomer middag- en avondroeitocht Noordlaren, 25 juni 2016

Het dorp Noordlaren behoort tot de gemeente Haren. Het ligt in de provincie Groningen, terwijl Zuidlaren en Midlaren tot Drenthe behoren. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Zuidlaardermeer. Daar gingen wij naar toe. De organisatie was in handen van de Het Comité: Ank Brouwer en Wypkeline Wichers Hoeth dus dat zat wel snor. Twee vieren vulden wij, de groene en de blauwe. Het zag er niet naar uit dat we droog zouden aankomen, dus regenkleding in de aanslag. Dreigend zwerk boven onze hoofden. Aangezien geen onweer, windstoten of andere narigheid werd verwacht, ging het gewoon door.
Eerste vier: Gerda Jaarsma (bg), Carola van ’t Hof, Anneke Span, Niki Dieckmann (sl), Jitze Noorman (st)
Tweede vier: Ank Brouwer, Wykeline Wichers Hoeth, Guido Hellendoorn, Els Wirix en Lenny Oude Weme.
Aan de boorden om 14.30 uur, vertrek 15.00 uur.
Even werd de vraag gesteld of we door het oude Winschoterdiep zouden gaan. Dat is voor ploegen van ervaren en op elkaar ingespeelde roeiers geen waagstuk. Niet zo’n goed idee. Ik hoorde van een viertje dat onder een brug was omgegaan.
Onderweg de gebruikelijke pauzes, kleren aan, kleren uit en natuurlijk waren er roeiers die al na een half uur gedrenkt moesten worden. Soit. Het was onderweg héél rustig. Bij Waterhuizen stuurboord uit. Er lag een groot schip. Naam vergeten. Hebben jullie gelezen of gehoord dat Pattje geen grote schepen meer mag bouwen omdat men daar teveel lawaai maakt? Dat was nooit zo. Waarschijnlijk is het er buiten werktijd te stil. Buurtbewoners willen dat de gemeente de milieuwet handhaaft. Ja, op het land stinkt het en in de buurt van geiten en ander vee kun je beter niet wonen tenzij je ijzeren longen hebt.

Het Drentse Diep op. Af en toe was het bijna windstil, een atmosfeer waarin regen moet vallen en dat gebeurde dan ook. Jasjes aan. Aan stuurboord een natuurgebied. Geen dier in het vizier. Die hoorden ons van ver aankomen. Ik was eens een tijdje in een ziekenhuis waar twee dames al jaren de kamers poetsten. Je hoorde hen van ver aankomen en geruime tijd nadat ze mij onder handen hadden genomen hoorde ik die stemmen langzaam zwakker worden en wegsterven. Je zou toch zeggen dat ze na al die tijd niet zoveel gespreksstof meer hadden, maar nee hoor. Nu geen roerdomp of rietzanger of zoiets gehoord.In die andere vier werd geregeld gewisseld van stuur, altijd aardig om te zien. Dat ene blauwe achterwerk, dat kende ik van een andere groep. Overigens waren er meer deelnemers die tot mijn grote vreugde de Hunzekleuren droegen. Je ziet op het botenhuis wel combinaties.

Om op het Zuidlaardermeer de richting naar de Plankensloot te vinden valt niet mee als de einder (horizon, kim) in laaghangende grijze nevel en motregen vervaagt. Ik moet wel eens denken aan de haan Arnold die met zijn toom kippen het avontuur tegemoet ging, op zoek naar de einder. Arnold was een verstandige leider die uiteindelijk rechtsomkeert maakte omdat de einder steeds even ver weg bleef. Bij terugkeer op de boerderij zei hij: “Kom kipp’n, op stok”. Mijn zuster schreef ooit een gedicht ter gelegenheid van Pasen: “O kippen, in naam van Gij zijt gij vandaag van leggen vrij”. Maar ik dwaal af.
De Plankensloot vergt de nodige stuurmanskunst. Aan het haventje ligt het oude veerhuis; een karakteristiek gebouw uit 1850 met halfronde toegangsdeuren en luiken voor de ramen. Daar woond’een meisje, Greetje is haar naam. U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten, want Amor (niet Arnold) heeft ook hier zijn werk gedaan. Vandaar vertrok ooit het beurtveer naar Groningen. In het voorhuis bevond zich vroeger een herberg. Niki wilde slippend strijken in het haventje, ik was verdikke helemaal vergeten dat zoiets bestaat. Na het afmeren werd ondergetekende door potige vrouwen de wal opgehesen. Wij moesten naar de Lanteern, hoek Kerkstraat-Middenstraat.
Zo, de helft van 33 kilometers achter de rug. Zouden wij nog autochtonen gaan ontmoeten? De inwoners van het dorp droegen vroeger de Groningse bijnaam ‘Özzen’, wat vertaald kan worden als domkoppen. Dit zou verband houden met Bommen Berend, bijnaam van Freiherr Bernhard von Galen, tevens Bisschop van Münster, die na de belegering van Groningen op de terugtocht naar Coevorden trok. De bewoners van Noordlaren zouden toen de Zuidlaarderweg hebben ondermijnd door hierin diepe kuilen te graven, waarin zij omgekeerde eggen legden, met de punten omhoog, die zij camoufleerden met takken. Het leger van de bisschop brandde vervolgens het dorp grotendeels plat. Zo doe je dat, Krieg ist Krieg. 1672, het rampjaar voor de Republiek.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde het dorp 395 inwoners in 2014. (Twee schaatsclubs, IJsclub Rijlust en IJsvereniging De Hondsrug). Maar voorlopig keek ik tegen de achterkant van witte roeiersbeentjes aan die op mij voorlagen en de weg wezen.

In de Lanteern worden wij hartelijk verwelkomd door de uitbater. Het Comité had hem van onze komst verwittigd, net als vorig jaar. De Lanteern kent een geschiedenis van op- en neergang, zoals trouwens meer gebouwen in het dorp. Als eetcafé is het al enige tijd een aanrader, getuige ook het grote aantal gasten dat na ons komt, veel import. Wij zitten aan één grote tafel, goed gedaan Comité, bij het raam. Het is gezellig, het eten is goed, maar als ik ooit weer ga neem ik de Noordzeetong.
En dan moeten wij weer terug. Dat gaat nog bijna fout want ik verlies de andere boot die op ons voorligt uit het oog. Dat is het enige minpunt van deze tocht. Bij de tocht naar Krewerd vorig jaar ging dat ook verkeerd. Blijf bij elkaar! Maar hun tempo ligt met al die wisselingen niet zo hoog en dus hebben wij hen bij de uitgang van het meer al ingehaald. Over de terugweg valt niet zoveel meer te zeggen, behalve dan dat er aan negen roeiers ook negen roeistijlen te ontdekken zijn.
Ik was verguld dat de dames mij heen en terug wilden roeien, mij uit de boot hesen en er weer in lieten zakken. Maar ik was wel erg moe en ik doe het niet meer. Hersenbloeding. Alleen nog met de donderdagochtendveteranen over het Reitdiep naar de boerderij en terug. Dat is met al die boten zeker in de zomermaanden nog spannend genoeg.
Voor het overige zeg ik, Jitze Noorman, wat ik altijd zeg: Blijf roeien, zolang je kunt. Het is een liefde die nooit vergaat.
En dankjewel Comité.

Verslag van de Lustrumroei-fietstocht Blauwe Stad, 28 en 29 mei 2016

Totale afstand: Ruim 100 kilometer
Aantal deelnemers: Dertig, verdeeld over drie C4-en en elf fietsen.
Weersverwachting: Harde wind uit het noordoosten en kans op veel buien, maar gelukkig blijkt dit niet te gelden voor het noorden – het hele weekend hebben we geen druppel gevoeld. De zon laat zich zelfs geregeld zien!
De organisatie (Marja-Leena, Astrid en Feite) heeft een leuke, originele opzet bedacht. De tocht bestaat uit twee delen, waarvoor men zich van te voren kon inschrijven: Of voor een halve afstand roeien en de andere helft fietsen (en andersom), of de tocht in z’n geheel roeien of fietsen, of voor slechts een dag roeien en/of fietsen. Kortom, een behoorlijk knap staaltje logistieke planning (met dank aan Feite!).
Speciaal voor de fietsers zijn de routes duidelijk beschreven, compleet met alle knooppunten op een sticker voor op je stuur.

Het is een mooie tocht door, voor mij – Wypkeline Wichers-Hoeth- althans redelijk onbekend gebied: Harkstede, Noordbroek, Scheemda.
Op de afgesproken lunchplek, in het haventje van Zuidbroek, treffen de beide groepen elkaar weer. Daar wacht ons een enorme verrassing: Een delegatie van het bestuur (Maarten en Frank) en een deel van de Lustrumcommissie (Frank de Vries en Linda Dekker) staan ons op te wachten met een vorstelijke picknick, uitgespreid op het gras: grote schalen met rijk gevulde salade, heel veel broodjes, krentenbollen en verschillende soorten kaas en vleesbeleg, potten jam, vruchten, karnemelk, gewone melk, echte borden, bekers, vorken en messen. En met op de achtergrond de Hunzevlag!

Dit is ook de wisselplek; fietsers stappen in de boot en roeiers op de fiets (dat betekent passen en meten, fiets uitzoeken, zadels omhoog, zadels omlaag, stuurpennen uittrekken of juist naar beneden, ‘t is mie ja wat!)
We roeien (onder andere over het Blauwe Meer – een primeur ! – en fietsen (een heel eind om!) door naar camping De Bouwte in Midwolda. Daar, op het terras in de nog warme avondzon, smaakt de eerste slok van een lekker koud biertje op z’n allerbest!
Terwijl sommigen van ons in een trekkershut hun bed opmaken en anderen hun tent opzetten (met dank aan Alex, echtgenoot van Rita, die zich het hele weekend beschikbaar stelde om alle bagage te vervoeren!) wordt er in de kantine een lange tafel gedekt voor een, naar blijkt, prima en gezellig lopend buffet.

Zondag stappen we in hernieuwde samenstelling weer in de boot en op de fiets om de terugtocht in te zetten. Nu roeiend langs het industriecomplex bij Delfzijl en door verschillende sluizen. De roeitrajecten vallen door hun lange rechte einden soms niet mee, en ook voor de fietsers is  het af en toe afzien, knokkend tegen de wind in (zaterdag) en door onbedoelde omwegen.
De formule van de vorige dag is dezelfde, maar nu is de wisselplaats op het terras van camping Ekestein bij Appingedam.
Om vijf uur stappen de fietsers bij De Hunze af – de roeiers komen pas om kwart voor zeven aan – en daar staan zowaar alweer gedekte tafels voor ons klaar met een heerlijke kop soep met brood, wederom verzorgd door de Lustrumcommissie (Linda, Frank, José Versteegh) met gratis drankjes: Op z’n Grunnnings gezegd: het kon minder!
Marja Leena, Astrid en Fetie namens ons allen: heel erg bedankt!!