Roeien

Verslag Pinkstertoerdriedaagse 2018 met hangende keukens en bezige bijen

Gerda besloot een tocht te organiseren en wij ( Karin en Trijntje ) deden mee. Als eerste zorgden we voor het weer. Toen dat gelukt was zochten we aardige mensen om 3 boten mee te vullen in wisselende samenstelling, omdat de jongste deelnemer dat zo gezellig vindt. Voor een andere deelnemer die heel veel van manoeuvreren als stuurman houdt gingen we op zoek naar een meanderend water in NO Groningen waar een weldadige rust zou heersen en het fluitenkruid uitbundig zou bloeien om ook daar iemand gelukkig mee te maken.

 

Toen dit allemaal geregeld was kwam de mooiste zon schijnen in het prachtige Appingedam met zijn hangende keukens, waar we voor ons plezier 4 keer onderdoor roeiden en nog een vijfde keer om een pinksterroeier extra roei-km’s te bezorgen. Door al die rondjes te maken zagen we dat er in Appingedam een heleboel nieuwe huizen gebouwd zijn en dat was een aardige verrassing voor de deelnemer die, als vroeger Neptunus-lid, dit water veel heeft bevaren. En we zagen dat de Appingedammers bezige bijen zijn. Alle keren zagen we dezelfde man klussen aan zijn boot gadegeslagen door zijn echtgenote.

Tevens bleek daar op het water dat  de wereld zo klein is, dat een van de roeiers de moeder is van een kind dat een andere roeier als leerling in de klas heeft.

En vlak voor de thuishaven bezorgden we de jongste deelnemer nog het plezier van “gedoe bij de sluis” door de sluis even aan het twijfelen te brengen of hij ons erin en eruit zou laten.

Zaterdag

Het was de zaterdag voor Pinksteren dat wij ons op het vlot verzamelden. De Westerhaven en de Hoendiep, in de kleuren van de Hunze, zouden ons vervoeren.  Maar waar was het weer, waarvoor wij gezorgd hadden? De lucht was grijs, geen spoor van een straaltje zon. De wind was minder dan voorspeld en kwam uit de richting die wij vandaag zouden varen. Het bleek het meest ideale roeiweer te zijn dat wij allen hadden meegemaakt.

We bereikten vlot het Eemskanaal, het was rustig op het water rond negen uur in de ochtend. De waterpolitie was wel wakker om ons te zeggen dat het verboden was voor roeiboten om op het Eemskanaal te varen. Wij schreeuwden, dat we naar de Slochtersluis moesten en hoe dat in hemelsnaam via een andere route zou kunnen. Ze schreeuwden terug dat we doorvaart hadden moeten aanvragen en wij schreeuwden dat dat gold voor meer dan 2 boten. Het Eemskanaal is een snelweg voor containerschepen aan het worden volgens Wouter. De Hoendiep bleef verschoond van dit politiebezoek, waarschijnlijk omdat daarin alleen vrouwen roeiden.

Korte tijd later lagen we beschut voor de Slochtersluis, waar we snel groen licht kregen. Het verval, waarover ik me bezorgd had gemaakt, bleek geleidelijk te gaan en was 180 cm. De pikhaak werd door de stuur aan een trapje gehaakt en ging telkens een treetje lager.

We roeiden het rustige, smallere en niet rechte water van het Slochterdiep op. Wat een weldaad. Langs dit hele diep wordt de oever beschermd door stenen. Door de waterbeheersing rondom de stad en het bouwen in de buurt van de stad ( Meerstad ) zijn overal waterwegwerkzaamheden geweest. Er is aan stuurboordzijde een nieuw meer gegraven, het Woldmeer, vlak voor de vroegere roeibaan van Harkstede, waarvan niet meer over is dan 100 m. water. De rest van de 2 km is volgestort met zand. Het  oude starthuisje, een ontwerp van John Kormeling, zal hopelijk blijven bestaan als beeldbepalend element.

Na 2 km zagen we het eerste voetbruggetje, dat heel laag was en waar we achteroverliggend en slippend onderdoor gleden. Aan stuurboord stonden wat huizen en aan bakboord strekte het lege land tussen de kanalen zich uit. Daar komt een natuurgebied. In de rietkragen aan beide oevers hoorden we karekietjes. En we zagen ze vliegen van rietstengel naar rietstengel.

Bij het laatste, ook erg lage bruggetje, kwamen 5 watertjes bijeen. Daar moesten we voorbij de Woltersumer Ae bakboord uit het Afwateringkanaal van Duurswold op.

De temperatuur was aangenaam, er was nauwelijks wind en het roeien ging licht. We bleven bij elkaar in de buurt en wachtten op elkaar zoals Gerda had afgesproken met ons voordat we vertrokken. Vandaag deden we dit!

Dit afwateringskanaal is liefelijk, aan beide oevers stond het riet groen en hoog. Er was geen verkeer naast het kanaal en het was er op deze verstilde grijze zaterdagochtend rustgevend mooi.

Vlak na het gemaal de Blauwe Molen, zagen we een stevige steiger waar beide boten aan konden leggen. We hadden picknickkleden bij ons die ervoor zorgden dat we geen natte billen kregen. Het was er stil, te stil. We hoorden en hadden tot nu toe geen weidevogels gehoord. Dat besefte ik toen we later op de Groeve roeiden, waar de grutto’s, de kievieten, de scholeksters en de tureluurs zich lieten horen en de buizerds boven  het land hingen te speuren naar een prooi. In plaats van weidevogels was er een rotweiler, een rothond volgens Wouter.

Na deze ontspannen pauze verheugden we ons erop het Schildmeer op te roeien. Door het stille weer zou dat geen probleem zijn. We hadden goed zicht, het meer lag in zijn ongereptheid voor ons en werd door geen enkele boot bevaren. De betonning was goed te zien en we konden bakboord aanhouden. Het was heerlijk roeien en ruim binnen een uur waren we onder de eerste brug aan de noordzijde door en roeiden we de Groeve op. Daar hoorden we onze weidevogels. En een koekoek.

De Groeve is kort en slingerend en eindigt bij de Groevesluis Zuid. De sluisbeheerder werd gebeld en we kregen  groen licht nog voordat ik de telefoon had afgesloten en dat terwijl de Hoendiep nog niet in zicht was. Ondertussen was er een briesje opgestoken en was de zon gaan schijnen.

We genoten van het trage tempo waarmee we de sluis in roeiden. Het hele sluisgedoe stelde niets voor. In deze sluis gingen we omhoog en stortte het water voor ons zich door de sluisdeuropeningen totdat de deur geopend werd en wij het Eemskanaal konden oversteken om iets naar stuurboord de Groeveluis Noord in te varen, wat ook een fluitje van een cent was. Daar gingen we weer naar beneden, ons vasthoudend met de pikhaak aan het trapje in de muur van de sluis en ons een beetje afduwend om de riggers niet tegen de muur te laten botsen.

Het werd nu echt warm en omdat we zo’n vlotte mooie tocht hadden geroeid, besloten we naar Neptunus, de roeivereniging in Delfzijl te roeien, om daar te kijken naar onze Hunzehelden die zich in het zweet werkten om blik te veroveren. Niki, die bij ons in de boot zat roeide vroeger bij Neptunus en was al gauw verdwenen tussen de mensen op de wal. De wedstrijd werd opgefleurd met muziek van de Kleine Mina, een onderdeel van Wilhelmina, de beroemde fanfare van Delfzijl. Hilda, die in de Hoendiep roeide, ging toen ook nog een 2 km wedstrijd roeien in een 4 met o.a. Marcel Woortman.

 

In volle zon met de wind in de rug roeiden we de laatste 7 km van vandaag en  roeiden we onder de hangende keukens door tot voorbij Appingedam. Waar twee van de roeiers van vandaag opgehaald zouden worden bij camping Ekenstein, onze overnachtingsplek.

1e Pinksterdag 2018

Om 7.00 uur liep de wekker af in onze 8 persoonstrekkershut, die gevuld was met 5 personen. De zesde was naar huis gegaan ivm hooikoortsklachten en zou vandaag terugkomen met een groep van 7 verse roeiers. Vijf van de twaalf deelnemers van vandaag mochten een C4 van Neptunus lenen. Wij spraken af dat we elkaar zouden ontmoeten bij de ingang van de Uitwierdermaar, waar de start was van de grote marentocht. De zon scheen uitbundig en het was warm, toen wij andermaal onder de hangende keukens door roeiden. Het was op straat zo stil, als het op zondag stil kan zijn. Toch was er 1 man met een boot bezig.

De Uitwierdermaar slingert naar het noorden. Bij de Marsumermaar stuurden we bakboord uit deze maar op. We roeiden onder een aantal lage bruggen door en hadden een fraai gezicht op de bijzondere kerk van Marsum. Na Marsum gingen we stuurboord uit de Grote Heekt op en na een paar scherpe bochten zagen we de N33. Voor de brug gingen we bakboord uit naar een picknickplek . Helaas lag er een gezonken boot, waardoor het een hele toer werd om aan wal te komen. Dat lukte alleen een C4. De twee andere boten zochten een aanlegplek vlakbij.

We zaten en aten en dronken en kletsten. Op de maren kwamen we niemand tegen, aan weerszijden groeide en bloeide  het fluitenkruid uitbundig, we hoorden geen weidevogels, wel karekieten. Langs de kant liep hier en daar een wandelaar met of zonder hond. Het riet was minder groen en hoog dan gisteren.

Na deze pauzeplek was de Leege Maar smal en bochtig en die bochten zouden blijven tot vlak voor Oosterwijtwerd waar onze volgende pauze zou zijn. Toen we vertrokken zagen we de Eems, de boot van Neptunus, niet maar de roeiers van de Hoendiep wisten zeker dat de bemanning van de Eems wist waar ze heen moest. Op de Leege Maar kwamen we op een T-splitsing waar we stuurboord uit moesten, om niet in Krewerd terecht te komen waar de maar doodliep en waar het lastig keren was. Hier vertelde ik over het orgel van Krewerd, dat mogelijk het oudste nog bespeelbare orgel van Europa is en waar orgelfanaten van overal naar toe gaan. Het orgel wordt door de dorpelingen de schreeuwerd van Krewerd genoemd. Na dit verteld te hebben roeiden we verder nadat de Hoendiep zich bij ons gevoegd had. Maar we wachtten niet op de Eems, i.t.t. tot gisteren.

Tijdens het wisselen, wat we om het half uur deden, wachtten we op onze achterliggers, waarvan we alleen de Hoendiep zagen Toen we uiteindelijk vroegen of zij de Eems nog hadden gezien, bleek dit niet het geval. Inmiddels waren we iets voorbij de afslag Losdorp. Nadat we hier ruim een kwartier hadden gelegen, besloten we de Eems te bellen. We hoorden dat ze verkeerd waren geroeid maar inmiddels weer op de goede weg waren. We besloten om elkaar te treffen in cafe Veldzicht, onze volgende pauzeplek. De Godlinzermaar was erg bochtig en de stuur, die het manoeuvreren zo leuk vond, had hier echt werk te doen. Het was nog warmer geworden zo zonder wind, het water was blak( totaal rimpelloos ) en de roeiers roeiden zich in het zweet. Een van de roeiers zag hoe mooi het riet gerangschikt stond en zei: ” het riet staat in groepjes, wat grappig “

Om 14.00 uur legden we aan bij Veldzicht en net toen we op het terras wilden gaan zitten kwam de Eems eraan. We hadden dus dicht achter elkaar geroeid. Ik besefte dat we ons niet aan de afspraak van gisteren hadden gehouden om bij elk kruispunt op elkaar te wachten.

Onder de parasols van Veldzicht zaten we lekker en toen we vertrokken en de Eems weer naar Neptunus zou gaan, besloten we deze een eindje weg te brengen. En zo roeiden we voor de 3e keer onder de hangende keukens door en zagen we andermaal de klusser aan zijn boot bezig.

In de kantine van de camping aten we met zijn twaalven. We hadden een topdag achter de rug.

 

2e Pinksterdag 2018

Weer liep de wekker af om 7.00 uur. Nu moest er gepakt en schoongemaakt worden.

Er kwam een verse roeier bij, die hoopte op een lange tocht.

De zon scheen uitbundig en er stond een stevige bries uit het oosten. Wij zouden in enkele uren naar de Hunze geblazen worden. Daarom besloten we de kleine Marentocht te gaan roeien. Voor de hangende keukens De Grote Heekt op, die bochtig is met een paar echt haakse bochten erin. Voorbij  de bebouwing werd het steeds mooier en nu hoorden we gelukkig weidevogels en een koekoek. We voeren de Marsumermaar met volle tegenwind op, die zeker af en toe 5 was. Ik vond het heerlijk. Aan het eind van deze maar roeiden we de Uitwierdermaar op terug naar het Damsterdiep en kwamen nu voor de laatste keer onder de hangende keukens door. Alle roeiers hadden deze keukens gezien en sommigen 5 keer. Ook de klusser was er weer.

Tot aan Ten Boer ( waar we pauzeerden ) was het Damsterdiep een gezellig afwisselend diep met mooie bebouwing en veel waterverkeer. Na Ten Boer volgde een saai recht stuk waarop we gelukkig  de wind mee hadden. Bij de Bronssluis moesten we op een knop drukken. Daarop gebeurde er wel iets, maar bleek later, aan de verkeerde kant van de sluis.En daarna gebeurde er niets meer.

Bij de sluis stond Carola ons op te wachten en zij zorgde ervoor dat de sluis bediend werd. We gingen weer 180 cm omhoog. Nu was het nog 7 km in de brandende zon naar de Hunze over het saaie Eemskanaal met zijn woelige water, dat alle kanten op klotste. Gelukkig hadden we de wind mee.

Om half zes legden we aan.