Roeien


Zuidlaardermeer-met-kaart-2017.doc

Verslag middag- en avondroeitocht Noordlaren juni 2016

Het dorp Noordlaren behoort tot de gemeente Groningen. Het ligt in de provincie Groningen, terwijl Zuidlaren en Midlaren tot Drenthe behoren. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Zuidlaardermeer. Daar gingen wij naar toe. De organisatie was in handen van het committee: Ank Brouwer en Wypkeline Wichers Hoeth dus dat zat wel snor. Twee vieren vulden wij, de groene en de blauwe. Het zag er niet naar uit dat we droog zouden aankomen, dus regenkleding in de aanslag. Dreigend zwerk boven onze hoofden. Aangezien geen onweer, windstoten of andere narigheid werd verwacht, ging het gewoon door.
Eerste vier: Gerda Jaarsma (bg), Carola van ‘t Hof, Anneke Span, Niki Dieckmann (sl), Jitze Noorman (st)
Tweede vier: Ank Brouwer, Wykeline Wichers Hoeth, Guido Hellendoorn, Els Wirix en Lenny Oude Weme.
Aan de boorden om 14.30 uur, vertrek 15.00 uur.
Even werd de vraag gesteld of we door het oude Winschoterdiep zouden gaan. Dat is voor ploegen van ervaren en op elkaar ingespeelde roeiers geen waagstuk. Niet zo’n goed idee. Ik hoorde van een viertje dat onder een brug was omgegaan.
Onderweg de gebruikelijke pauzes, kleren aan, kleren uit en natuurlijk waren er roeiers die al na een half uur gedrenkt moesten worden. Soit. Het was onderweg héél rustig. Bij Waterhuizen stuurboord uit. Er lag een groot schip. Naam vergeten. Hebben jullie gelezen of gehoord dat Pattje geen grote schepen meer mag bouwen omdat men daar teveel lawaai maakt? Dat was nooit zo. Waarschijnlijk is het er buiten werktijd te stil. Buurtbewoners willen dat de gemeente de milieuwet handhaaft. Ja, op het land stinkt het en in de buurt van geiten en ander vee kun je beter niet wonen tenzij je ijzeren longen hebt.

Het Drentse Diep op. Af en toe was het bijna windstil, een atmosfeer waarin regen moet vallen en dat gebeurde dan ook. Jasjes aan. Aan stuurboord een natuurgebied. Geen dier in het vizier. Die hoorden ons van ver aankomen. Ik was eens een tijdje in een ziekenhuis waar twee dames al jaren de kamers poetsten. Je hoorde hen van ver aankomen en geruime tijd nadat ze mij onder handen hadden genomen hoorde ik die stemmen langzaam zwakker worden en wegsterven. Je zou toch zeggen dat ze na al die tijd niet zoveel gespreksstof meer hadden, maar nee hoor. Nu geen roerdomp of rietzanger of zoiets gehoord.In die andere vier werd geregeld gewisseld van stuur, altijd aardig om te zien. Dat ene blauwe achterwerk, dat kende ik van een andere groep. Overigens waren er meer deelnemers die tot mijn grote vreugde de Hunzekleuren droegen. Je ziet op het botenhuis wel combinaties.

Om op het Zuidlaardermeer de richting naar de Plankensloot te vinden valt niet mee als de einder (horizon, kim) in laaghangende grijze nevel en motregen vervaagt. Ik moet wel eens denken aan de haan Arnold die met zijn toom kippen het avontuur tegemoet ging, op zoek naar de einder. Arnold was een verstandige leider die uiteindelijk rechtsomkeert maakte omdat de einder steeds even ver weg bleef. Bij terugkeer op de boerderij zei hij: “Kom kipp’n, op stok”. Mijn zuster schreef ooit een gedicht ter gelegenheid van Pasen: “O kippen, in naam van Gij zijt gij vandaag van leggen vrij”. Maar ik dwaal af.
De Plankensloot vergt de nodige stuurmanskunst. Aan het haventje ligt het oude veerhuis; een karakteristiek gebouw uit 1850 met halfronde toegangsdeuren en luiken voor de ramen. Daar woond’een meisje, Greetje is haar naam. U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten, want Amor (niet Arnold) heeft ook hier zijn werk gedaan. Vandaar vertrok ooit het beurtveer naar Groningen. In het voorhuis bevond zich vroeger een herberg. Niki wilde slippend strijken in het haventje, ik was verdikke helemaal vergeten dat zoiets bestaat. Na het afmeren werd ondergetekende door potige vrouwen de wal opgehesen. Wij moesten naar de Lanteern, hoek Kerkstraat-Middenstraat.
Zo, de helft van 33 kilometers achter de rug. Zouden wij nog autochtonen gaan ontmoeten? De inwoners van het dorp droegen vroeger de Groningse bijnaam ‘Özzen’, wat vertaald kan worden als domkoppen. Dit zou verband houden met Bommen Berend, bijnaam van Freiherr Bernhard von Galen, tevens Bisschop van Münster, die na de belegering van Groningen op de terugtocht naar Coevorden trok. De bewoners van Noordlaren zouden toen de Zuidlaarderweg hebben ondermijnd door hierin diepe kuilen te graven, waarin zij omgekeerde eggen legden, met de punten omhoog, die zij camoufleerden met takken. Het leger van de bisschop brandde vervolgens het dorp grotendeels plat. Zo doe je dat, Krieg ist Krieg. 1672, het rampjaar voor de Republiek.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde het dorp 395 inwoners in 2014. (Twee schaatsclubs, IJsclub Rijlust en IJsvereniging De Hondsrug). Maar voorlopig keek ik tegen de achterkant van witte roeiersbeentjes aan die op mij voorlagen en de weg wezen.

In de Lanteern worden wij hartelijk verwelkomd door de uitbater. Het Comité had hem van onze komst verwittigd, net als vorig jaar. De Lanteern kent een geschiedenis van op- en neergang, zoals trouwens meer gebouwen in het dorp. Als eetcafé is het al enige tijd een aanrader, getuige ook het grote aantal gasten dat na ons komt, veel import. Wij zitten aan één grote tafel, goed gedaan Comité, bij het raam. Het is gezellig, het eten is goed, maar als ik ooit weer ga neem ik de Noordzeetong.
En dan moeten wij weer terug. Dat gaat nog bijna fout want ik verlies de andere boot die op ons voorligt uit het oog. Dat is het enige minpunt van deze tocht. Bij de tocht naar Krewerd vorig jaar ging dat ook verkeerd. Blijf bij elkaar! Maar hun tempo ligt met al die wisselingen niet zo hoog en dus hebben wij hen bij de uitgang van het meer al ingehaald. Over de terugweg valt niet zoveel meer te zeggen, behalve dan dat er aan negen roeiers ook negen roeistijlen te ontdekken zijn.
Ik was verguld dat de dames mij heen en terug wilden roeien, mij uit de boot hesen en er weer in lieten zakken. Maar ik was wel erg moe en ik doe het niet meer. Hersenbloeding. Alleen nog met de donderdagochtendveteranen over het Reitdiep naar de boerderij en terug. Dat is met al die boten zeker in de zomermaanden nog spannend genoeg.
Voor het overige zeg ik, Jitze Noorman, wat ik altijd zeg: Blijf roeien, zolang je kunt. Het is een liefde die nooit vergaat.
En dankjewel Comité.