Brief van Henric Piccardt aan zijn geliefde Anna Elisabeth Rengers
Slochteren, 31 mei 2026
Mijn geliefde Anna Elisabeth,
Vandaag was de dag anders dan anders.
Vanmorgen maakte ik mijn dagelijkse wandeling over ons landgoed. Eerst liep ik door de tuinen die wij met zoveel zorg hebben laten aanleggen. De perken staan er prachtig bij en tussen de geschoren hagen hangt al de geur van de eerste rozen. Hier en daar hoorde ik vogels zingen en boven de vijver scheerden libellen door de ochtendzon. Alles ademde rust en orde, precies zoals wij het bedoeld hebben.
Ik wandelde richting het Slochterdiep. Het water was stil, de wolken gleden vredig voorbij in het spiegelende oppervlak. Was je bij me in de buurt, dan was ik te water gegaan om een waterlelie voor je te plukken.
Ik wilde net weer huiswaarts keren toen ik in de verte een vreemd geluid hoorde. Eerst zacht, daarna steeds luider. Het bleek muziek te zijn. Accordeonmuziek! Met gezang! Het water droeg de woorden:
“En we roeien energiek,
door een landschap feeëriek,
oh, oh, oh, haal maar door,
we gaan er voluit voor….”
Toen verschenen zij. Twee lange en twee korte roeiboten gleden over het diep, en tot mijn verbazing meerden ze in onze haven aan. Zeventien roeilieden zetten voet aan wal om in onze tuin thee te drinken. Ze lagen nota bene zelfs met blote benen op ons gazon!
Nog groter was mijn verbazing toen zij, geheel ongepast gekleed in roeikostuum, onze fraaie salon betraden. Daar werden zij rondgeleid door Carien Kremer. Je kent haar wel, ze is hier bijna dagelijks en weet opmerkelijk veel over ons huis, onze familie en zelfs over mij. Ik moet erkennen dat haar verhaal onderhoudend was. Gelukkig kwamen wij er in haar vertelling nog redelijk eervol vanaf.
Tegen de klok van tweeën vertrokken de bezoekers weer met hun boten. Af en toe bleven de bladen van de riemen even op het water liggen. Niet vanwege de waterplanten, dat had gekund, maar voor overleg. Een zekere Han Bakker had allerlei interessante vragen gemaakt over ons gebied. Onder andere over het Schaaphok, Denemarken en de IJzeren Klap. Het waren bepaald geen makkelijke vragen. Toch bleven de roeiers opgewekt, ik hoorde ze weer zingen terwijl de boten langzaam uit zicht verdwenen.
Voordat ik het vergeet, het gastenboek lag per abuis nog op tafel. Ze hebben de vrijheid genomen erin te tekenen: Albert-Jan, Han, Maarten, Maaike Hennie, Ellen, Remco, Guido, Bahar, Carien, Carla, Emmy, Jose, Arnold, Marjan, Remco, Sieb en Tiny. Ze hebben geschreven dat ze het prachtig vonden allemaal en dat ze volgend jaar terugkeren voor de eerste verdieping. Ja, de verhalen en de geheimen van deze plek laten zich niet in één bezoek ontdekken.
Maar, mijn geliefde Anna Elisabeth, ik wens dan wel dat zij de volgende keer iets passenders aantrekken. Een borg verdient bezoekers die zich kleden zoals een Borgheer en Borgvrouwe betaamt.
Ik hoop dat uw verblijf in de stad Groningen niet te vermoeiend is en zie uit naar uw terugkeer.
Uw liefhebbende echtgenoot,
Henric Piccardt
Heer van de Fraeylemaborg